Mushing is de algemene term voor de sport of transportmethode waarbij sledehonden gebruikt worden om een slee, cart, quad, pulka, step,... voort te trekken.
De term komt oorspronkelijk van het Franse woord 'marche', en werd destijds gebruikt om een sledehonden team te laten vertrekken.
Mushing als sport wordt tegenwoordig wereldwijd uitgeoefend, hoofdzakelijk in Noord-Amerika en noordelijk Europa.
Maar ook in België en Nederland zijn er een aantal verenigingen en mensen actief met sledehondensport bezig.
Het meest bekende onderdeel van mushing als sport is ongetwijfeld het 'sleddog racing', wedstrijden waarbij mushers met hun sledehonden zo snel mogelijk een parcours moeten afleggen.
De wedstrijden worden onderverdeeld in verschillende categorieën afhankelijk van het soort sledehonden, het aantal honden en de lengte van het parcours (sprint, middellange of lange afstands wedstrijden).
Daarom een beetje uitleg in alfabetische volgorde over de termen.
• Basket sled: Lichte slee, waarvan het bed hoog boven de runners ligt, vooral gebruikt voor (sprint) wedstrijden. Ideaal voor trails met harde sneeuw.
• Booties: Hondenschoentjes, worden gedragen tijdens het lopen in bepaalde condities om te voorkomen dat er ijsafzetting optreedt tussen de tenen van de honden. Worden vervaardigd uit een groot aantal mogelijke stoffen, zoals fleece en Gore-Tex.
• Easy!: Het commando om de honden te vertragen.
• Gangline: De hoofdlijn waaraan zowel honden als slede zijn vastgehaakt.
• Gee: Het commando om de honden naar rechts te doen bewegen.
• Go ! : Term die gebruikt wordt om het team te doen vertrekken.
• Handler: Een persoon die de musher bijstaat.
• Harness: Trektuig voor de hond, achteraan het harnas zit de tugline verbonden. Het is heel belangrijk dat het harnas de hond perfect past.
• Haw: Het commando om de honden naar links te doen bewegen.
• Hike!: Commando om het team te doen vertrekken(zoals Go! ), wordt ook gebruikt om de honden tijdens het lopen aan te moedigen om harder te trekken.
• Kart: Een kar die gebruikt wordt (ipv een slee) indien er een (totaal) gebrek is aan sneeuw.
Quads worden hier ook vaak voor gebruikt.
• Lead Dog(s): De hond(en) helemaal vooraan in het span, de leidhond(en). Meestal de meest intelligente hond(en) van het team.
• Line out : Het commando aan de leaddogs, om de hoofdlijn strak gespannen te houden als je stil staat. Het hele team blijft zo voor de slee in formatie staan.
• Mush!: Een ander commando dat ook wel eens gebruikt wordt om het team te laten vertrekken. ( zelfde als Go ! )
• Musher: De persoon die het hondenspan stuurt vanop de slee of kart.
• Neckline: Kort lijntje (+/- 10á15 cm) waarmee de halsband van de hond verbonden is met de Gangline, zodat de hond mooi in lijn loopt.
• On By!: Het commando om een ander team te passeren of om voorbij een of andere hindernis te gaan.
• Pedaling: Steppen met een voet terwijl de andere voet op de slee of kart staat. Om de taak van de honden te verlichten.
• Point Dogs: Term die sommige mushers gebruiken in plaats van swing dogs (de honden direct achter de leaddogs).
• Runners: De smalle houten geleiders van de slee waarmee de slee over de sneeuw glijdt. Meestal zit er hier nog een kunststof laag onder voor bescherming en betere glijding. Aan de achterzijde van de slee steken deze runners uit, en het is daar waar de musher op staat.
• Safety Line: Een extra veiligheidslijn van de Gangline naar de slee/kart, voor het geval er iets breekt.
• Snow Hook: Een grote metalen haak (sneeuwanker) die in de sneeuw geplaatst wordt om gedurende een korte periode het hondenspan ter plekke stil te laten staan.
• Snub Line: Een lijn bevestigd aan de achterzijde van de slee of kart om in noodgevallen mee vast te kunnen maken aan bv een boom, wanneer een sneeuwanker niet voldoet of gebruikt kan worden.
• Stakeout: Een ketting of staalkabel met afzonderlijke korte kettingen waaraan honden vastgemaakt kunnen worden.
• Swing Dogs: De honden direct achter de lead dog(s).
• Team Dogs: Alle andere honden buiten de Lead Dogs, Swing Dogs en Wheel Dogs.
• Toboggan sled: Een slee die tussen de runners van de slee ook nog een platte bodem heeft die enkele centimeters hoger ligt dan de onderkant van de runners. Wordt gebruikt in zachte/diepere sneeuw.
• Tuglines: De lijn waarmee het harnas van de hond verbonden is aan de gangline. De lijn waar de honden aan trekken.
• Trail: Het het te lopen parcours, het te volgen pad
• Wheel Dogs: De 2 honden juist voor de slee of Kart. Meestal de sterkste honden van het team.
• Whoa: Het commando om de honden te doen stoppen.
De Belgische wet stelt als doel de sledehondensport enkel te beoefenen met raszuivere honden.
Deze honden zijn erkend door F.C.I (Federation Cynologique Internationale). In België zijn er 4 erkende hondenrassen, waarvan het wettelijk toegestaan is om ze te mogen gebruiken als sledehond.
De Alaskan Malamute, de Siberische Husky, de Samojeed en de Groenlandhond.
Daarnaast zijn er een aantal uitzonderingen , namelijk de niet zuivere-rassen, zoals de Alaskan husky en de Scandinavian Hound.
| Siberische Husky |
|
![]() |
| Alaskan Malamute |
De Alaskan Malamute werd oorspronkelijk Mahlmut genoemd, naar de inheemse Mahlmut eskimo’s in Alaska. Hij werd voornamelijk gebruikt als sledehond, maar bewees ook zijn diensten bij de jacht. De Malamute is bij uitstek geschikt voor het trekken van zware vrachten en is door zijn zware, krachtige bouw geen hond voor hoge snelheden. Als sledehond is de Malamute het best geschikt voor longtrails. In de snelheidsraces worden de Alaskan Malamutes ingedeeld in de langzamere klassen. Natuurlijk eist deze grote, sterke hond met vriendelijk karakter veel beweging. |
![]() |
| Samoyeed |
Afkomstig uit het Noorden van Rusland had de Samojeed buiten het trekken van lasten, ook nog een andere taak, namelijk het hoeden van rendieren. De Samojeed is een opgewekte werker die loopt met iets kortere gangen.(ten opzichte van de husky) en wordt ingedeeld in de klasse van de iets langzamere honden. Net zoals de andere sledehonden heeft ook de samojeed veel beweging nodig en zijn mooie lange witte vacht vraagt om regelmatige verzorging. |
![]() |
| Groenlandhond |
|
![]() |
| Alaskan Husky |
De Alaskan Husky is ontstaan uit kruisingen van verschillende rassen, zowel van zuivere als niet-zuivere rassen. De Alaskan Husky is officieel niet erkend als ras. Het is een jong ras dat door vele verschillende bloedlijnen moeilijk te karakteriseren is in een uniforme standaard. Het is een soort hybride husky. Het is een sledehond die hard trekt, snel loopt. Hij heeft een dikke vacht, duurzame poten en een sterke wil om te lopen en te trekken. Meestal zwart of grijsachtig, maar alle kleuren zijn mogelijk. Ze hebben blauwe of bruine ogen, 2 verschillende zoals bij de Siberische Husky is ook mogelijk. De oren staan niet altijd rechtop, maar hangen vaak naar beneden. De Alaskan Husky werd enkel gekweekt voor mushing niet voor schoonheid, vandaar de uiteenlopende uiterlijke verschillen. Het ras is populair in sledehondenraces (mushing) omdat hij sneller is, sterker en nog meer uithouding heeft. |
![]() |
| Scandinavian Hound |
De Scandinavian Hound is afkomstig uit Zweden, een fenomeen van de laatste 10 jaren op gebied van de open klasse sprintracing. Een kruising tussen de Alaskan Huskys en Duitse of Engelse kortharige Pointer. Om als Europeanen de allerbeste teams van Alaska te kunnen verslaan moest men met iets nieuws komen. Iets wat men in Alaska niet had. In Zweden was het reeds een traditie om Pointers te gebruiken als sledehond. De allerbesten heeft men dan gekruist met Alaskan Husky’s die men in de jaren 80 uit Alaska had geïmporteerd. Zo onstand een nieuw (officieel niet erkend) ras, de Scandinavian Hound.
|
![]() |
|
||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||

















